Cursus Raku / Essentiëlen / Basis van functies / Ingebouwde functies voor het afdrukken
put
Standaard doet de put routine hetzelfde als print maar voegt een nieuwe regel toe
aan het einde:
- Converteert zijn argumenten naar een string door de
Strmethode op hen aan te roepen. - Voegt een newline karakter toe.
- Stuurt het naar de
STDOUTstream.
Enkele voorbeelden:
42.put;
put 'Alpha', 'Beta';
my @array = 3, 4, 5;
put @array;
my %hash = a => 'b', c => 'd';
%hash.put;De uitvoer van het programma:
$ raku t.raku
42
AlphaBeta
3 4 5
a b
c d%%tipblock ## Een nieuwe regel van put
De daadwerkelijke karakters die na de uitvoer worden toegevoegd,
worden gehaald uit de nl-out methode van de uitvoer stream.
De standaardwaarde is \n. %%/tipblock
Cursusnavigatie
💪 Of ga direct naar de
oefeningen in deze sectie.