Cursus Raku / Geavanceerd / Operatoren

Traits en pragma’s

Twee mogelijkheden laten je beïnvloeden hoe code gecompileerd wordt, nog voordat ze draait. Een trait is een modificator die aan een declaratie hangt — een variabele of een routine — en met is geschreven wordt. Een pragma is een moduleachtige aanwijzing, aangezet met use (of uit met no), die een regel verandert voor de rest van het lexicale bereik.

Je hebt en passant al een trait als is default gebruikt. Deze sectie bekijkt traits als een mogelijkheid op zichzelf, laat zien hoe je er zelf een schrijft, en introduceert pragma’s.

Onderwerpen in deze sectie

Praktijk

Maak de 2 quizzen over de inhoud van deze sectie.

Oefeningen

Deze sectie bevat 3 oefeningen. Bekijk alle onderwerpen van deze sectie voordat je aan de oefeningen begint.

  1. Een schrijfbare parameter
  2. Een aangepaste trait
  3. Strict versoepelen

Cursusnavigatie

Quiz — Een operator definiëren   |   Ingebouwde traits